• Meten = Weten

Meten=Weten maakt zich onverminderd grote zorgen


Reactie Meten = Weten op het RIVM-rapport

Afgelopen week is het rapport Onderzoek Bestrijdingsmiddelen en Omwonenden (OBO) gepubliceerd. Het burgerinitiatief Meten = Weten maakt zich grote zorgen. Het OBO laat namelijk zien dat omwonenden permanent zijn blootgesteld aan bestrijdingsmiddelen. Hoe dichter je bij een bespoten perceel woont, hoe hoger de concentratie aan blootstelling.


Volgens het OBO is de blootstelling langduriger en reikt deze verder dan tot nu toe gedacht. Blootstelling is tot ten minste 250 meter van het bespoten perceel, waarschijnlijk zelfs veel verder! Niet alleen door drift, maar ook de vrijwel continue verdamping uit het bespoten perceel en het ophopen in het huisstof zorgen voor permanente blootstelling van omwonenden aan de gebruikte middelen. Bestrijdingsmiddelen zijn gevonden in de urine van bewoners, in de luiers van kinderen, op de deurmatten, de vensterbanken en in hoeken en kieren van het huis. We zijn blootgesteld aan meerdere middelen per teelt en meerdere teelten rond ons huis. De steekproef van Meten = Weten bevestigt dit beeld van permanente blootstelling aan een mengsel van middelen. Zelfs midden in de winter vonden wij een aanzienlijke hoeveelheid bestrijdingsmiddelen in onze leefomgeving.

Achttien procent van de huizen in Nederland staat op minder dan 250 meter van een landbouwperceel. Dan hebben we het over 2,2 miljoen mensen. De telers en hun gezinnen zijn het meest blootgesteld.


Weinig bekend over effecten

Het OBO valt uiteen in twee delen. Eerder werd een verkennende studie gepubliceerd ten aanzien van gezondheidseffecten. Op basis hiervan konden geen definitieve conclusies worden getrokken. Het zojuist gepubliceerde blootstellingsonderzoek zegt niets over de gezondheidsrisico’s van de gevonden bestrijdingsmiddelen. RIVM adviseert op basis van beide studies nader onderzoek naar gezondheidseffecten en betere blootstellingsmodellen.

Het RIVM erkent dat er weinig bekend is over de effecten van bestrijdingsmiddelen bij kwetsbare groepen zoals ongeboren en jonge kinderen. Ook stelt het RIVM vast dat onbekend is wat het effect is van stapeling van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast is onbekend wat de totale omvang van blootstelling aan bestrijdingsmiddelen is, vooral nu ontdekt is dat er bijvoorbeeld ook blootstelling via huisstof plaatsvindt. Kortom: veiligheid kan niet worden gegarandeerd zegt Mark Montforts, woordvoerder en onderzoeker van het RIVM, tegen Zembla.


Tegenstrijdige reacties Hoe anders reageert het College ter beoordeling van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). Het Ctgb onderkent weliswaar de door het OBO vastgestelde blootstelling, maar ontkent verder alle zorgen van het RIVM en spreekt over een gegarandeerd veilige situatie. Voor omwonenden is er volgens het Ctgb geen enkele reden tot zorg. De absolute zekerheid die het Ctgb in een uitvoerige reactie uitdraagt, berust slechts op één argument: de gemeten hoeveelheden van de afzonderlijke bestrijdingsmiddelen zijn onder de veilige grenswaarden en deze normen dekken alle risico’s af. Echter: er bestaan géén normen voor het stapelingseffect van de combinatie van verschillende middelen die tegelijkertijd aanwezig zijn in onze leefomgeving. En in de toelatingsprocedure bij het Ctgb zijn ook géén normen voor het beoordelen van de effecten van bestrijdingsmiddelen op de hersen- en zenuwontwikkeling bij ongeboren en jonge kinderen. Dus hoe veilig zijn die huidige normen? Dát zou onderwerp van onderzoek moeten zijn. Zoals emeritus hoogleraar professor kindergeneeskunde Pieter Sauer eerder aangaf: ‘de huidige regels beschermen de omwonenden niet’. In steeds meer onderzoeken wordt blootstelling aan bestrijdingsmiddelen in verband gebracht met bijvoorbeeld ontwikkelingsstoornissen als autisme en de ziekte van Parkinson.

Meten=Weten begrijpt niet hoe twee gerenommeerde instituten die de Nederlandse overheid adviseren met zulke tegenstrijdige informatie kunnen komen.


Ecologische catastrofe

Dan hebben we het nog niet eens over de ecologische catastrofe die zich momenteel op het platteland en in onze natuurgebieden voltrekt: een dramatische afname van insecten, vogels en biodiversiteit. Hoogleraar natuurbeheer Frank Berendse stelt dat er een verstikkende deken van ammoniak en landbouwgif over ons landschap ligt met vergaande gevolgen, niet alleen voor de natuur, maar ook voor het agrarische bedrijf en uiteindelijk voor ons aller gezondheid.


Verontreiniging grondwater

Bestrijdingsmiddelen komen ook in het grondwater. De vereniging van drinkwaterbedrijven Vewin noemt het zorgwekkend dat er veel middelen in grond- en oppervlaktewater zijn teruggevonden. Door het jarenlange en wijdverbreide gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is een soort smoglaag van verontreinigingen in het grondwater ontstaan. Deze smoglaag geraakt op steeds grotere diepte en heeft inmiddels ruim de helft van de grondwaterwinningen bereikt’, aldus een onderzoeker van het KWR.


Euforie

Het OBO was bedoeld om de mate van blootstelling aan te tonen. De resultaten ervan werden door het RIVM terughoudend en genuanceerd gebracht. Toch geeft het Ctgb het OBO-rapport als aanleiding gebruikt om de juistheid van hun toelatingsbeleid te bewijzen. Daardoor voelen bollentelers zich gesterkt in hun idee dat het gebruik van bestrijdingsmiddelen ongevaarlijk is. Nu al zijn er geluiden te horen dat telers vinden dat zij zich niet langer hoeven te houden aan hun vrijwillige afspraak met omwonenden om een veilige spuitafstand te bewaren. Kortom, deze ontwikkeling is het omgekeerde van wat het OBO rapport volgens ons beoogde!

Tekenend hiervoor is dat adjunct-directeur André Hoogendijk van de Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur (KAVB) zich op Twitter afvraagt of het RIVM ‘inconsequent, incompetent of incontinent’ is. Het televisieprogramma Zembla wordt door hem bestempeld als ‘activistisch’. En wat betreft onze minister van LNV stelt hij: ‘Schouten heeft mooie praatjes, maar denk aan de grote filosoof Jan Schaefer: in geouwehoer kun je niet telen!’


Hoe nu verder?

Op basis van bovenstaande feiten en de door het RIVM geconstateerde belangrijke en zorgelijke tekortkomingen in de huidige kennis over gezondheidseffecten, pleit Meten=Weten voor directe actie om omwonenden te beschermen.

Wij willen dat de overheid:

1. verantwoordelijkheid neemt vanuit het voorzorgsprincipe

2. per direct robuuste spuitvrije zones instelt rond bewoning

3. met het Ctgb het actuele toelatingsbeleid van middelen opnieuw gaat bekijken

4. meer onderzoek doet naar de gezondheidseffecten van bestrijdingsmiddelen

Het stemt ons hoopvol dat minister Schouten de zorgen van omwonenden serieus neemt en zegt dat het gebruik en toelating van gewasbeschermingsmiddelen radicaal anders moet.

Meten=Weten gaat ondertussen gewoon verder op de ingeslagen weg: we gaan meten en weten. De eerste zes monsters zijn al weer genomen.

Wij kijken uit naar de uitzending van Zembla op 25 april om 21.10 uur op NPO2 waarin uitgebreid verder ingegaan zal worden op bovenstaande zaken.

432 keer bekeken
Contact
metenwetenwesterveld@gmail.com
T: (0521) 59 22 97 

© 2019 Meten = Weten